Wie zijn de niet-begeleide buitenlandse minderjarigen ?
De niet-begeleide buitenlandse minderjarigen (NBM) zijn jonge vluchtelingen, nog geen 18 jaar, die in België aankomen zonder ouders en zonder verblijfsvergunning.
De NBM kunnen erg uiteenlopende achtergronden hebben. Het kan gaan over straatkinderen, kindsoldaten, slachtoffers van mensenhandel, weeskinderen, kinderen op weg naar hun ouders of hun familie in een ander land, enz. Net zoals de volwassenen ontvluchten ze de oorlog, gewapende conflicten, vervolging, rampen en ontberingen. Anderen werden op weg gestuurd door hun ouders, die het land van bestemming sterk idealiseren. Nog anderen hebben hun herkomstland verlaten samen met hun familie, maar zijn deze onderweg kwijtgeraakt. Er zijn ook jongeren die in hun eentje rondzwerven.
Jaarlijks komen er meer dan 1500 niet-begeleide minderjarigen aan in België. Ondanks hun verschillende trajecten hebben ze allemaal één punt gemeenschappelijk: ze moeten bijna alles opnieuw opbouwen. De migratiebeweging die ze hebben gemaakt betekende immers een radicale breuk met hun cultuur van oorsprong én met hun familie en vrienden.
Wanneer de jongeren aankomen in een West-Europees land zoals België, zijn ze alleen, meestal zonder familiaal netwerk. Ze lijden onder de scheiding, het misbruik en de trauma’s die ze hebben ondergaan. Vanaf het moment dat ze het land binnenkomen, botsen ze op taalbarrières. Bovendien hebben ze geen middelen om te voorzien in hun levensonderhoud, meestal hebben ze geen enkele bezittingen. Ze zijn bijzonder kwetsbaar en kunnen gemakkelijk slachtoffer worden van uitbuiting. Vaak is er een groot psychisch lijden. De nood aan een aangepaste begeleiding, op maat van hun behoeftes en hun particuliere situatie, is dan ook groot.
Wanneer een jonge NBM weggaat uit het opvangcentrum (een centrum van Fedasil, het Rode Kruis, de Bijzondere Jeugdzorg, enz.), moet hij alleen zijn plan trekken, zonder ondersteuning van een familie, in een land dat niet het zijne is.
Laten we ons even een jonge Belg inbeelden van 16 jaar, die - van de ene dag op de andere - helemaal alleen komt te staan en de volgende taken op zich zou moeten nemen: een woning zoeken, zijn school of opleiding verder zetten, administratieve stappen ondernemen om sociale steun te krijgen, zijn budget beheren, enz. Men ziet vrij vlug de verschillende moeilijkheden waar hij mee te maken zou krijgen. Laten we ons nu eens even een jonge Kameroenees, Afghaan of Rwandees voorstellen, compleet ontworteld, die de taal niet beheerst, in dezelfde situatie… Het belang van een aangepaste begeleiding wordt snel duidelijk. Met de juiste ondersteuning kan de jongere immers een nieuw leven opbouwen in onze maatschappij, op een zelfstandige en verantwoordelijke manier.
Het is dan ook op dat moment dat Mentor-Escale tussenkomt, met een begeleiding complementair aan deze van de voogd.
Wie zijn de jongeren die gevolgd worden door Mentor-Escale ?
De meeste niet-begeleide minderjarigen die opgevolgd worden door Mentor-Escale zijn afkomstig van subsaharisch Afrika. Anderen komen uit Afghanistan, Azerbeidzjan, Marokko, Mongolië, Turkije, enz.
De jongeren komen meestal terecht bij Mentor-Escale wanneer ze 16 à 17 jaar oud zijn.
Sinds enkele jaren bestaat de meerderheid uit meisjes. Verschillende onder hen hebben al een kindje en worden dus als extra kwetsbaar beschouwd. Er wordt dan ook speciale aandacht geschonken aan deze jonge moeders (cf. gemeenschappelijke activiteiten).
In de meeste gevallen gaat het om jongeren die naar ons doorverwezen werden vanuit opvangcentra waar ze verbleven tijdens hun asielaanvraag (Fedasil, het Rode Kruis, LOI). De anderen, ongeveer 20%, komen bij ons terecht op aanraden van hun voogd, een AMO (hulpverlening in open milieu), hun school, de bijzondere jeugdzorg, een OCMW, hun advocaat, een andere jongere van Mentor-Escale, enz.
